washand.


Telkens wanneer de temperatuur daalt, het buiten guurder wordt en Frank Deboosere het weerbericht vertelt met een coltrui komt het op. Een onweerstaanbare drang, een huidhonger. Het voelen van huid en warmte. Willen versmelten, fuseren, in elkaar overgaan: huid tegen huid. Trui tegen trui: net als een luiaard met zijn tak: niet willen loslaten, hangen. Ik was nooit een knuffelaar, als tiener helemaal niet. Ik kreeg zweetaanvallen en plakhanden als ik tijdens eender wat voor activiteit andermans hand hoorde vast te nemen. Als het een meisje was, dan waren die druppels gemiddeld aanwezig. Bij een jongen werd het net een washand. Betrapt, zo ervaarde ik het. Want vermoedelijk vond ik het stiekem fijn die fysieke bevestiging te krijgen: Jongedame, proficiat, u heeft een lichaam. Dan zwellen die stemmetjes van de Jackson 5 en is het helemaal klinkklaar: can you feel it? Can you feel it? (En dan die laatste ietwat agressief) Can you feel it?!

Het is een lange weg geweest om mijn mindset daarin te veranderen. Ik ervaarde nooit goedkeuring in het willen aanraken van anderen. Ik was geen meisje dat vriendinnen knuffelde. Zelfs toen op een bepaalde leeftijd mijn vrienden elkaar kussen op de wang begonnen te geven bij wijze van begroeting sidderde er een ongemakkelijkheid langs mijn ruggengraat naar boven. Ik deed het liefst: hallo allemaal, om dan met mijn arm te zwaaien en iedereen te begroeten. Vuistjes waren er niet, enkel Nokia-gsm’s om dan die verlangens van aanraking zo beknopt mogelijk te uiten in 160 tekens en er dan alles aan doen om aan het einde die drie X’en te kunnen laten staan. Het gebeurde wel vaker dat de SMS-conversaties met de mannelijke soort iets dieper gingen. Daarom niet amoureus of pornografisch, maar wél open. Er ging een kwetsbaarheid van uit. Een opluchting voor ons beiden. Om dan in realiteit als een blozende tomaat tegen elkaar te stamelen: Oeist? Goe, meddu? Ik moet door naar de les: bio van den Brilmans. O-ja, ik heb fysikaka. Dag hé, we horen elkaar. Ja, we horen elkaar. De dapperheid ontbrak me om in dat moment ook de deur open te laten. Ik liet ze enkel mijn fysieke zijn aanschouwen, geen denken aan dat ik ook maar een mentale kronkel zou delen, laat staan een gevoel. Gelukkig heb ik op een dag het schrijven ontdekt en ben ik gaandeweg gaan vertrouwen dat kwetsbaarheid een kracht is. En dat je het ook in de realiteit in woorden mag delen. Als ik zou gewacht hebben tot ik het echt durfde, dan zou het nooit gebeurd zijn. Het is doen, delen, vallen, huilen, snot afvegen en weer opstaan. Als ik het moeilijk heb mijn open boek aan anderen te laten lezen, dan schuil ik in warme truien, wol, voel ik aan dekentjes, rol ik een dennentak tussen mijn handen en ruik ik eraan. Dan leg ik een warmwaterkruik in mijn bed. Met een lief in de buurt is het nog handiger, dan word ik letterlijk die luiaard. Na het vragen van het stillen van mijn huidhonger opende ook hij. Terwijl er toch wel een schaamte die drang wilde stillen, maar dan blijft het altijd koud vanbinnen. Het leven is niet aan de durvers, wel aan de doeners, de vrager en de knuffelaars.



Verschenen in Steps november 2018.




omdat

wil je inspiratie rechtstreeks in je mailbox? 

© 2018. Leef gretig. Doe uw goesting. Namasté.